|
|
||||
![]() |
||||
Gerry Mulligan (1927-1996)
Gerry Mulligan werd geboren in Queens Village, Long Island, New York. Niet lang daarna verhuisde zijn gezin naar Marion, Ohio, waar zijn vader werk had gevonden als directeur van een machine fabriek. Het gezin nam een Afrikaans-Amerikaanse vrouw aan als oppas voor de jonge Gerry, en hij bracht aardig wat tijd door bij haar thuis. Daar luisterde Gerry naar muziek van de mechanische pianola - zo had de oppas rollen die door Fats Waller waren gemaakt - en aldus leerde zocht hij zijn eerste liedjes uit aan de toetsen.
Toen het gezin was verhuisd naar Kalamazoo, werd Gerry op school in de gelegenheid gesteld muziek te leren. Hij koos voor de klarinet, en speelde in het schoolorkest. Na alweer een verhuizing, deze keer naar Reading, ten noorden van Philadelphia, nam Mulligan klarinetlessen en wijdde hij zich tevens aan de saxofoon. Bovendien trok het arrangeren hem, en al snel kon hij zijn eerste charts kwijt aan het in Philadelphia gestationeerde radio orkest van Johnny Warrington. Andere arrangeerbaantjes volgden en zo schreef Mulligan arrangementen voor ondermeer Tommy Tucker, George Paxton en Elliott Lawrence. In 1946, bevond hij zich in New York, waar hij in het orkest van voormalig Benny Goodman-drummer Gene Krupa werk kreeg als vaste arrangeur. Daar ontmoette hij Gil Evans.
Later dat jaar ging ook Mulligan werken voor Claude Thornhills orkest, net als Gil Evans, terwijl hij zo nu en dan inviel in de rietsectie, op altsaxofoon. Voor Thornhill schreef Mulligan arrangementen en composities (Elevation), waaronder ook stukken die klaarblijkelijk nooit zijn opgenomen: een arrangement van Broadway en de eigen werken Joost at the Roost, The Major and the Minor en Brew’s Tune.
Zoals elders al uitgelegd is, was Thornhills band de voorloper van het Miles Davis Nonet. In dit Nonet kan Gerry voor het eerst op bariton-sax worden gehoord. Maar Mulligans belang voor deze Birth of the Cool sessies overstijgt zijn werk in de sectie of zijn incidentele solo’s: niet minder dan zes van de twaalf tracks zijn van zijn hand. De arrangementen van Godchild, Deception en Darn That Dream, en zijn originals Jeru, Rocker en Venus de Milo. Zijn nonet-versie van Joost at the Roost is nooit opgenomen.
Hoewel die opnames plaatsvonden in 1949 en 1950, zou het nog zeker een jaar duren voordat zijn werk op de bariton echt werd opgemerkt. Als leider van de Gerry Mulligan New Stars ging hij voor Prestige de studio in, en op die opnames komt zijn eigen geluid goed uit de verf. In Mulligans handen klinkt de bariton opmerkelijk licht, of “cool” volgens sommigen. Door zijn virtuositeit, snelheid en souplesse klinkt het instrument verraderlijk makkelijk te bespelen.
Mulligan verkaste naar Los Angeles, waar hij arrangeerde voor Stan Kenton, en speelde geregeld in de verschillende clubs aan de westkust waaronder The Lighthouse en The Haig. In zowel zijn schrijven als spelen legde Mulligan meer en meer de nadruk op contrapunt (relatief onafhankelijk bewegende melodische lijnen), en ondervond hij als gevolg daarvan dat hij zich beter kon uitdrukken zonder pianobegeleiding. Rond deze tijd ontmoette hij de trompettist Chet Baker en samen begonnen zij met hun beroemde pianoloze kwartet, dat bekend werd als het “Gerry Mulligan Quartet featuring Chet Baker.” De band kreeg snel succes en binnen afzienbare tijd waren Mulligan en Baker beroemd.
Nadat hij een straf had uitgezeten voor drugsbezit kwam Mulligan terug in de jaren vijftig met diverse andere kwartetten (meestal zonder pianist), en werkte hij samen met verschillende muzikanten, waaronder ventiel-trombonist Bob Brookmeyer, trompettist Jon Eardly, tenorsaxofonist Zoot Sims en later trompettist Art Farmer. He maakte platen met vele gevierde vakgenoten, zoals Thelonious Monk, Paul Desmond, Stan Getz, Ben Webster en Johnny Hodges.
In 1960 richtte Mulligan de Concert Jazz Band op die actief bleef tot 1964. In dit orkest kon hij al zijn muzikale passies uitleven: componeren en arrangeren, bariton spelen en piano spelen. Vanaf 1968 toerde hij gedurende vier jaar af en aan met het Dave Brubeck Quartet. In 1971 startte hij een ander orkest, bekend geworden als “The Age of Steam Orchestra.” Tussendoor bleef hij reizen en platen opnemen met eigen kwartetten, en daarnaast verzorgde hij ontelbare gelegenheidsconcerten met een keur aan jazzmuzikanten. In 1992 organiseerde hij een nieuw Gerry Mulligan Tentet (featuring Art Farmer en Lee Konitz) voor een Re-Birth of the Cool Tour, waarbij het beroemde “Birth of the Cool” repertoire werd uitgevoerd, evenals nieuw werk van Mulligan.
© Dutch Jazz Orchestra
Gerry Mulligan - Dutch Jazz Orchestra CDs
Met dank aan
Franca R. Mulligan,
Cathie Phillips,
Jeff Sultanof,
the Rutgers Institute of Jazz Studies
Boeken
Jeru: In the words of Gerry Mulligan - An Oral Autobiography
Horricks, Raymond. Gerry Mulligan.
London: Apollo Press, 1986.
Horricks, Raymond. Gerry Mulligan’s Ark.
Isle of Wight (UK): Owlet Press, 2003.
Klinkowitz, Jerome. Listen -- Gerry Mulligan: An Aural Narrative in Jazz.
New York: Schirmer, 1991.
Bladmuziek
Miles Davis - Birth of the Cool: Scores from the Original Parts.
New York: Hal Leonard, 2002
Rutgers Institute of Jazz Studies
Andere interesante links
Copyright © 2009, Dutch Jazz Orchestra. All rights reserved.