DJOBimhuis2008

 

Gil Evans (1912-1988)

Gil Evans werd geboren als Gilmore Green in Toronto, Canada. Zijn moeder en stiefvader (wiens achternaam Evans Gil aannam), leidden een reizend leven maar vestigden zich in California toen Gil ongeveer tien jaar was. Hij kwam voor het eerst echt met muziek in aanraking rond zijn vijftiende, toen het orkest van Duke Ellington een concert verzorgde in de buurt -- een ervaring die zijn leven voorgoed veranderde.

Ervan overtuigd dat ook hij zijn leven aan de muziek zou wijden, leerde Evans piano spelen, en ontwikkelde hij zichzelf tot componist-arrangeur door jazzplaten te transcriberen. In de vroege jaren dertig werkte hij met verschillende onbekend gebleven orkesten aan de Amerikaanse westkust. In 1941 was hij voldoende onderlegd om aangenomen te worden als de vaste arrangeur van Claude Thornhill (1909-1965). Thornhill, een pianist met een conservatorium opleiding, was bandleider en componist-arrangeur. In 1939 begon hij met een orkest dat “iets nieuws en spannends” zou gaan brengen. Europese klassieke en impressionistische elementen vormden een belangrijk deel van het muzikale palet van dit nieuwe Claude Thornhill Orchestra. Ongebruikelijk aan deze big band was de toevoeging van twee hoorns. Thornhill had een fijne neus voor aanstormend talent, dat hij graag kansen bood in zijn orkest. Gil Evans en later Gerry Mulligan zouden voor hem schrijven.

Voor Gil Evans was Thornhills band een vruchtbare plaats om zijn talent verder te ontwikkelen. Evans’ eerste werk voor Thornhill valt uiteen in ruwweg twee groepen: arrangementen van pop liedjes, zoals There’s a Small Hotel en I Don’t Know Why, naast arrangementen van klassieke melodieën, zoals Mussorgsky’s Het oude kasteel, en Tchaikovsky’s Arabische Dans. Thornhill zelf arrangeerde Brahms’ Hongaarse Dans nr. 5, Schumanns Träumerei en Griegs Vlinder. Deze quasi-klassieke opnames en uitvoeringen van het Thornhill Orchestra mochten zich verheugen in bijval uit de vakpers, maar het publiek was minder enthousiast.

De band werd eveneens geplaagd door praktische problemen. De krijgsdienst hield het orkest in een permanente staat van verandering, totdat uiteindelijk Thornhill zelf in oktober 1942 werd opgeroepen. Zijn vertrek betekende het onmiddellijke einde van het orkest. Na de oorlog keerde hij terug in de big band business, nadat hij drie jaar gestationeerd was geweest in de Stille Oceaan, als bandleider bij de marine. Begin 1946 formeerde hij een nieuw orkest. Als een onverwacht eerbetoon kwamen niet minder dan twaalf van de voormalige bandleden terug, waaronder Gil Evans. Om het geluid te verwezenlijken dat hem in zijn eerdere orkest al voor ogen had gestaan, voegde Thornhill nu ook een tuba toe. Zo ontstond de specifieke instrumentale combinatie van tuba en hoorns, die Evans en de zijnen later zouden aanwenden voor het Miles Davis Nonet.

Tegelijkertijd werd Evans’ Spartaanse woonkelder op West 55th Street (de deur was altijd open) de vaste hangplek voor degenen die werkten op de 52e straat, waaronder Gerry Mulligan, John Carisi, Charlie Parker, John Lewis, Dizzy Gillespie, Max Roach en Miles Davis. Dankzij deze muzikanten raakte Evans vertrouwd met de taal van de bebop, en al snel nam hij zijn eerste bop arrangementen mee naar Thornhills band. Niettegenstaande de naam van het orkest, stond het inmiddels feitelijk onder leiding van Evans. Hij gebruikte de band om zijn laatste arrangementen uit te proberen: een wonderlijk mengsel van Europees impressionisme en Amerikaanse bebop.

Onder de bepalende, dusver niet eerder opgenomen stukken uit deze periode bevinden zich drie arrangementen voor het volledige Thornhill orkest, dat nog eens is uitgebreid met drie fluitisten. Dit Thornhill Orkest-met heeft kennelijk nooit de studio gehaald - het kan een repetitieorkest zijn geweest. Evans’ arrangementen voor dit grote ensemble omvatten een versie van Lover Man (die beduidend verschilt van de eerdere Thornhill opname) en een opmerkelijke medley van drie titels: Easy Living, Everything Happens to You, en Moon Dreams. Het laatste deel van deze medley, een monumentaal arrangement van Moon Dreams, werd in een kleinere bezetting een van de bekendste stukken van de The Birth of the Cool sessies van het Miles Davis Nonet.

Evans zou later in de jaren vijftig opnieuw samenwerken met Miles Davis, en dat leidde tot enkele van hun meest bekende albums: Miles Ahead, Porgy and Bess, Sketches of Spain, en Quiet Nights. Tegelijkertijd maakte Evans een aantal platen als leider: Gil Evans and Ten (1957), New Bottle, Old Wine (1958, met Cannonball Adderley), Great Jazz Standards (1959), en Out of the Cool (1960). In de daaropvolgende decennia bleef hij actief, hoewel er ook stillere periodes zouden zijn. Onder de vele platen die het waard zijn om genoemd te worden vallen de live opnamen met het Gil Evans Orchestra alsmede die met de latere, zogenoemde Monday Night Orchestra, een orkest dat in de jaren tachtig enige tijd wekelijks in de New Yorkse club Sweet Basil speelde.

Gil Evans - Dutch Jazz Orchestra CDs

Met dank aan Anita en Miles Evans,

The Gil Evans Estate,

Stephanie Stein Crease,

Jeff Sultanof,

David Joyner,

Fred Stride  and

The Rutgers Institute of Jazz Studies 

Verder lezen

Laurent Cugny. Las Vegas Tango: Une vie de Gil Evans.

Paris: P.O.L., 1989.

Kopen

Raymond Horricks en Tony Middleton. Svengali, or the Orchestra Called Gil Evans.

New York: Hippocrene books, 1984.

EvansHorricks


Stephanie Stein Crease. Gil Evans: Out of the Cool - His Life and Music.


Chicago: A Cappella, 2002. 
 

EvansCastles


Larry Hicock. Castles Made of Sound: The Story of Gil Evans. Da Capo Press,  2002.

Bladmuziek

Gil Evans Estate

Rutgers Institute of Jazz Studies

Miles Davis - Birth of the Cool: Scores from the Original Parts. New York: Hal Leonard, 2002

F.W.Olin Library, Drury College  
 

GilEvansCollTrans

Joe Muccioli: The Evans Collection (Transcripties)

Copyright © 2009, Dutch Jazz Orchestra. All rights reserved.

Dutch Jazz Orchestra