DJOBimhuis2008

 

Rob Madna (1931-2003)

Tolé Johannes Hendricus 'Rob' Madna werd in Den Haag geboren als zoon van een Indonesische vader en een Nederlandse moeder. Al jong maakt hij kennis met de gitaar, om later over te stappen op piano. Madna was een volledig autodidact, die leerde spelen door te luisteren naar de platen die toevallig in huis waren: muziek van Teddy Wilson, Ella Fitzgerald en een opname van George Gershwins 'Porgy and Bess.' Met zijn buurtgenoten Ack en Jerry van Rooijen luisterde Rob als tiener in de oorlogsjaren zoveel mogelijk naar jazz- en dansorkesten, zoals dat van de Ramblers. Na de oorlog kwam hij in aanraking met de nieuwe muziek uit Amerika, bebop, en die zou van groot belang blijken voor zijn verdere vorming.

Madna ontwikkelde zich snel, en al vanaf zijn zestiende speelde hij voor publiek, en viel hij met regelmaat in voor landgenoot Rob Pronk. Tegelijkertijd met de muziek ontwikkelde Madna een fascinatie voor wiskunde, en besloot hij voor het laatste te kiezen, omdat het leven van beroepsmuzikant hem onvoldoende trok. Met zijn naar eigen zeggen 'Aziatische' vermogen tot relativering, bleef hij zijn hele leven wars van egotripperij, en zou een groot deel van zijn muzikale leven zich aan het zicht van het grote publiek onttrekken. Madna speelde met diverse combo’s en viel met regelmaat in bij allerlei orkesten van naam, waaronder de Skymasters en Metropole orkest.

Naast zijn werk in het onderwijs, eerst als wiskundeleraar en later als conrector, bleef Madna actief als musicus. Nog steeds grotendeels op eigen kompas leerde hij arrangeren, componeren en trompetspelen. Hij bleef de actualiteit volgen en verdiepte zich ondermeer in Miles Davis, Lennie Tristano, John Coltrane, Herbie Hancock, Wayne Shorter, Keith Jarrett en Horace Silver. Bij Madna leidde die veelheid aan invloeden tot een unieke pianistische stijl, gekenmerkt door een grote ritmische verfijning en een buitengewone harmonische rijkdom.

Als componist-arrangeur liet Madna zich inspireren door Count Basie, Oliver Nelson en met name het Thad Jones-Mel Lewis Jazz Orchestra. Als musician’s musician was zijn reputatie zo groot dat Thad Jones hem vroeg bij zijn orkest te komen. Madna sloeg het aanbod af -- zijn verplichtingen in het onderwijs wogen zwaarder -- en hij bedankte eveneens voor de positie van Thad Jones’s arrangeur. Madna achtte zich te weinig origineel om iets toe te voegen aan het geluid van het Thad Jones-Mel Lewis Jazz Orchestra. Jones, die alleen met de allerbesten werkte, bestreed dit, maar Madna was onvermurwbaar.

Met andere Amerikaanse grootheden speelde Madna wel, waaronder trompettisten Freddie Hubbard, Art Farmer, en Quincy Jones, saxofonisten Phil Woods, Dexter Gordon, Lucky Thompson, en Don Byas, en ventieltrombonist Bob Brookmeyer. Ook in Nederland was hij graag gezien en speelde hij ondermeer met Piet Noordijk, Ack van Rooyen, Ferdinand Povel, en Ann Burton. 

Madna hechtte grote waarde aan het componeren en arrangeren voor big band. Hij heeft een omvangrijk aantal werken nagelaten van hoge kwaliteit, waarvan het grootste gedeelte door allerlei omstandigheden niet goed of zelfs nooit is geregistreerd. Het Dutch Jazz Orchestra doet momenteel onderzoek voor een projekt waarin deze werken centraal staan.

© Dutch Jazz Orchestra

Rob Madna - Dutch Jazz Orchestra CDs

Met dank aan

Astrid en Arthur Madna,

Harm Mobach,

Wim Minnaar,

Hans Bel,

Embert-Jan Messelink  en

het Nederlands Jazz Archief (NJA).

Copyright © 2009, Dutch Jazz Orchestra. All rights reserved.

Dutch Jazz Orchestra